is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI

Eindeloos wreed

DE 1 Mei dag!

Dag van vrijheid, dag van nieuw leven, van schittering! Voor Ridder Daarnenburg een dag van bukken, van schande, van dood!

En toch een dag voor losmaking van alle banden, om in te gaan in het eeuwige leven.

In den vroegen morgen verwonderden de weinige stadsvogels zich over de vreemde stellage, die stond op het Slotplein. Het was reeds lang geleden, dat er in de hoofdstad een schavot was opgericht. Geen der vogels wist daar iets van. Een vogelleven is maar kort.

Sonoor klonken de zes slagen van den Paleistoren dien morgen door de frissche, zonnige luchtlagen tusschen paleis en gevangenis. De heele hoofdstad wist, dat dit de laatste maal was, dat Ridder Daarnenburg de klok zou hooren slaan: Een van deze is uw doodsuur! De laaaste slag was nauwelijks verklonken, of twee heeren in het zwart traden uit het Regeeringsgebouw en liepen om het schavot heen teneinde naar de gevangenis te gaan. Het waren de twee predikanten, die den veroordeelde gingen voorbereiden op den laatsten tocht. Loom was hun gang, als drukte hen de last op de schouders. Gebogen was hun hoofd, zonder dat ze het wilden of wisten: aan spreken had geen der twee behoefte. Straks zou het hoofd vallen, waarin het plan was opgekomen, maar daarin ook was uitgewerkt; het groote plan van de souvereiniteit van den koning, verbonden met, ja zelfs steunende op de rechtbank van den burgerstand, tegenover den adel.

Ze werden aan de poort ontvangen door den oppergevangenbewaarder in militair ornaat.