is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men vertrok. Graaf Dierendonk voorop. Daarna de beide predikanten met den veroordeelde tusschen hen in. Daar achter twee soldaten. Zoo ging het de breede gangen door, naar de poort. Van de trappen der gevangenispoort overzag de gevallen groote man even het terrein, waarop hij zoo veel jaren geheerscht had. Om het heele plein stond een dubbele rij soldaten, het geweer bij den voet. Om hem te beschermen? Om door hem bevolen te worden? Alleen om den scherprechter te beschermen, als mogelijk het woedende gepeupel zou willen aanzwermen uit de hoofdstad om den beul te verhinderen zijn werk te doen in naam des konings. Recht op het schavot ging de stoet van zes man af, kwam bij de trapjes aan. Stil was het op het met honderden menschen gevulde Plein. Geen voet bewoog. Er ging een hoofd vallen. Een dierbaar menschenhoofd. Het kan je straks, misschien het volgend jaar, ook overkomen. Je blijft toch maar een mensch. De zonde ligt aan elks deur. De harten klopten. Dat hoor je niet op een groot plein.

Op het schavot stonden reeds twee mannen, toen de stoet van zes daar aankwam: Graaf Steunenburg en de scherprechter. Met een handbeweging riep Graaf Steunenburg den veroordeelde naast zich. De wenk werd begrepen. Daar stond de sterveling, naast den barren militair, wiens wapenrusting blonk in de vroege Meizon. Graaf Steunenburg nam het papier, dat hij in de hand hield, voor zich, en begon het vonnis op te lezen. Dat duurde wel vijf minuten. Waarschijnlijk heeft de veroordeelde er weinig van gehoord. Het was ook niet noodig: hij had alles immers reeds gelezen. Het was alleen een verlenging van de marteling. Nu had de ten doode gedoemde voor het laatst nog tijd zijn omgeving op te nemen: een hoopje zand, links naast hem, om op te vangen zijn bloed (ach, dierbare moeder) en een zwart kleed er naast. Dat zou hem dadelijk dekken. En daar rechts van Graaf Steunenburg een doodkist. Er was op alles gerekend. Schuiteman moest zich afwen-