is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaak kreeg echter een bedenkelijken kant, toen er in den tuin van het kasteel, of de gevangenis, een klein tuinmanshuisje gebouwd werd. Bij de graafwerken vond men toen een geraamte, dat er niet langer kon liggen dan de „terechtstelling" van Daarnenburg geleden was. Openlijk legde het publiek nu aan de regeering den eisch voor, dat er gesproken moest worden. De regeering zweeg. „Omdat ze niet anders zeggen kunnen, dan dat ze hem voor jaren al vermoord hebben," zei men. Dienzelfden nacht werden er in de buurt van de gevangenis sluipende mannen aangehouden, die geen verklaring van hun aanwezigheid daar konden geven. De wacht meende hier met een mislukten inval op de gevangenis te doen te hebben. Na een paar dagen kondigde een jong heethoofdje in de „Vertegenwoordiging" aan, dat hij tot de volgende zitting geduld zou hebben, maar dan, over twee weken, als er geen vaste berichten over Daarnenburg gekomen waren, zou hij met twee andere leden het voorstel indienen, om den koning te vragen verslag aan de vertegenwoordiging uit te brengen aangaande het tegenwoordig verblijf en den gezondheidstoestand van Schuiteman, voorheen Ridder Daarnenburg. Hij zou wel eens willen zien, beweerde hij, wie het hart in het lijf zou hebben tegen dit voorstel te stemmen.

Op de hoeken der straten hingen telkens pamfletten. Ja, er werd met schotschriften gevent. De gisting werd grooter. In het begin waren die blaadjes opgehaald, en de drukkers gestraft, maar dat deed men niet meer: er was geen beginnen aan. Daardoor werd de toestand onhoudbaar. Zelfs de koning, die meer nog dan vroeger zijn populariteit op straat ten toon stelde, werd van uit hoekjes uitgejouwd. Nog een poosje, en men zou het hem in 't gezicht doen.

Maar de mannen uit de Vertegenwoordiging was het niet om opstand te doen. „Wacht tot de tijd om is, en we de volgende zitting hebben," was hun raad. „Dan is ons geduld uit; acht jaar wachten is genoeg."