is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de doodsangsten doen lijden, tot hij meende het zwaard aan zijn hals te voelen."

De koning wilde opstaan en heengaan. Hij zag, wat een dwaasheid het geweest was om hier alleen heen te gaan. Maar die oogen lieten hem niet los. Telkens moest hij de zijne weer naar haar opslaan.

,,Met een moederhart hebt ge gespeeld, omdat ge u niet kondt ontworstelen aan de hoflucht. Een man had Denemarken noodig gehad, geen wezel. Gebied me, koning, dat ik op de eerstvolgende officiëele audiëntie zal verschijnen en daar dezelfde woorden herhalen, die ik hier geuit heb. Ik smeek u er om, dat ge mij dat gebiedt. Ik zal komen, want uw woord is mijn wet. Dan zal ik aangeklaagd worden wegens majesteitsschennis, en dit oude hoofd zal vallen, zooals het reeds eens gevallen is in den geest. Maar dat bevel durft ge me niet te geven, koning van Denemarken. Ginds, tusschen de steenen muren zucht er een, die het wel zou durven. Als ge een man waart geweest, ge hadt naast hem gestaan en gezegd, dat hij niet anders gedaan heeft dan gij hem geboden hebt of met uw medeweten toegelaten. Hij is gevallen, omdat gij een lafaard zijt. En nu: hier is mijn tachtigjarig hoofd; doe er mee wat ge wilt... Ik heb aan uw gebod voldaan, mijn koning, en als mensch gesproken. Heeft mijn koning mij nog meer te gebieden?"

„Hebt u veel door de eenzaamheid geleden, mevrouw? vroeg de koning heel kalm, alsof hij van het voorafgaande niets bemerkt had. Zoo redde hij, tenminste voor zichzelf, den schijn weer. „Het was mij bij dit bezoek om u te doen, niet om mij. Ik zal morgen om dezen tijd het hofrijtuig zenden. Het zal mij genoegen doen als u van dit bezoek zoo weinig mogelijk vertelt aan anderen," zei hij, en boog om heen te gaan. De oude vrouw trok aan de schel, en zei:

„Als straks van dit gesprek iets bekend wordt, dan zal het toch door een ander moeten verteld worden dan door mij. En wat het rijtuig betreft — het meisje kwam