is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets op handen te zijn. Daarvoor hoefde de macht zich nu wel niet bang te maken, want er waren soldaten genoeg in de hoofdstad om elke ongewenschte beweging direct den kop in te drukken. De soldaten, die patrouille liepen door de stad, werden uitgejouwd, men schold hen voor „beulen" of „beulenhelpers." Want het moest een afscheid voor het leven zijn, was er bekend geworden. De koning zou het zelf gezegd hebben. En nu kon een kind begrijpen, dat dit niet anders beteekende dan: we zijn van plan om hem vannacht of morgen van kant te maken.

Op dienzelfden middag werd er in een kroegje een complot ontdekt, dat niets minder beoogde dan dien nacht Schuiteman te bevrijden. Het gemeen van de straat zou het plan uitvoeren, maar er zaten heeren kooplieden achter. Toen mevrouw Schuiteman in het rijtuig van dien vriendelijken, vreemden heer, moe als ze was, naar huis reed, zaten er al een paar van die complottisten achter slot.

's Avonds hoorde de wacht, dat er achter het paleis

een schot viel. En nauwelijks was men inderhaast op

onderzoek uit, of er viel een tweede. Maar daarbij bleef

het ook. Een eenvoudig manneke liep daar achter den

wal met een pistool.

„Wat moet jij hier loopen te schieten?"

„Ik wou m'n pistool eens probeeren."

Wat ze ook deden, en hoe ze ook dreigden, er was niets

meer uit het manneke te krijgen. Het scheen waar ook,

wat hij zei. Men liet hem gaan, maar bleef van dat

oogenblik dubbel waakzaam in de buurt van het Kasteel

of te wel de gevangenis.

Wie wel heel goed begreep, wat die twee schoten moesten beduiden, dat was Schuiteman, de gewezen ridder Daarnenburg, de gevallen staatsman. Dat eenvoudige manneke had zijn plicht gedaan.

Toen die vreemde, vriendelijke heer met het rijtuig aan de woning van mevrouw Schuiteman stilhield, moest hij haar helpen, anders was ze er niet uit gekomen. Met