is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet het zeil van een scheepje? Ik zie daar immers in die wijde zeevlakte een zeil?"

„Ja, meneer. Een wit zeil met een mast."

„Juist, nu zie ik het ook duidelijk. Nu, zóó duidelijk zie ik ook in het verleden. Ik ging heerschen. Omdat ik het gebed had vergeten. Ik meende toen, zonder dat het tot mezelf doordrong, dat ik het zelf wel kon. Ik had God niet meer noodig. Ik vergat te bidden. Vergeet het gebed nooit, mijn jongen. Vooral niet, als alles naar je zin gaat. Denk daar later aan. En dienen, niets dan dienen. Blijf dicht bij God. Hij regeert alles. De heele wereld. Hij heeft ook mij geleid. Ik zie het nu zoo duidelijk als dat scheepje. Ik had een zending. Mijn moeder heeft me daarvoor reeds opgevoed. Daartoe moest ook dienen de horenstoot, die mijn vader doodde, en maakte, dat ik in de hoofdstad en op de academie kwam. Gods werk. Anders niet. Als we maar dienen, dan zijn we veilig. De zending is volbracht. Was ik langer aan het roer gebleven, ik had onheil gesticht voor ons schoone land. De taak was voleind. God maakte er een einde aan. En hoe? Hij liet mij aan mijn lot over. Hij gaf mij de vrije hand. Daarvan maakte ik misbruik. Er moet reeds iets in mijn aard gelegen hebben, dat tot heerschen kon uitgroeien. Ik liet me omkoopen. Maar dat was het ergste niet. Ik begon mij te verheffen boven een paar invloedrijke adellijke heeren, zelfs boven den koning. Ik heb eens Prins Roelof, die toch vroeger mijn vriend was, in zijn gezicht uitgelachen, en den stadhouder van Holstein minachtend behandeld. Ook dat was het ergste niet. Weet je, waarom ik eigenlijk veroordeeld ben? Zal ik het je eens zeggen? Maar niet verder vertellen. Niemand mag het weten. Jij alleen. Weet je waarom? Ik heb den koning gegriefd. Ik schreef eens in een hoekje van een brief, toen ik in de eenzaamheid van mijn kamer me zoo machtig voelde en de hoogmoed in mijn borst gloeide: „De koning is een kind." Dat stukje papier is later den koning in handen gekomen. Dat kon hij niet verdragen, omdat hij een kind was. Toen was mijn doodvonnis