is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je dat, Eduard? Een koning is een mensch, met alle gebreken van dien. Ook hij moet onder controle. Hij was een kind, hij heeft mij opgeofferd aan zijn eigen ijdelheid. O, mijn jongen, laat het mij eenmaal uitspreken in mijn leven, en dan tegen jou, mijn andere ziel; ik heb zoo erbarmelijk geleden: toen ik het vonnis las en zag dat de koning bleef liegen. Op den vloer der kamer heb ik liggen kruipen, ik geloof dagen lang, ik weet het niet, want ik had geen begrip van tijd; dagen hebben ze me laten liggen, gansch alleen. Ik heb het uitgekermd van pijn, maar me getroost met de gedachte, dat het Gods wil was. Dagen heb ik telkens gezegd en gefluisterd, nog toen ik naar het schavot liep: God wil het, als de kruisvaarders. En toen die marteling op het schavot. Neen, mijn jongen, je mag niet boos op me worden: neen, het was geen mensch, die me zoo iets aan deed, om te wachten met dat woord te doen uitspreken, tot het zwaard geheven was, dat was geen mensch, dat was een duivel, datwaseen duivel! „En daarna weer die eenzaamheid. Toen hebben ze me weer dagen alleen gelaten, zelfs zonder eten of drinken. Ik was bewusteloos, toen ze bij me kwamen. Ik had een stekende pijn in mijn arm, toen ik weer wist waar ik was: ze hadden me een inspuiting gegeven, om me weer tot bewustzijn te brengen."

Zijn heele zelfvertrouwen moest wel weg zijn, om zoo over vroeger dagen te kunnen zitten praten. Eduard zat er maar naast, en vroeg geen woord. Had ook geen opmerking. Als een belangstellend vreemdeling zat hij daar. Alleen de druk van zijn hand sprak tot den ouden man.

De oude streek over het kale hoofd, liet de hand zakken, zoodat die over zijn oogen gleed en zuchtte eens diep. De bezoeker deed niet anders dan vriendelijk belangstellend naar hem kijken, niet norsch en niet meewarig. ,,Ik heb zoo nameloos veel geleden onder de eenzaamheid, jongen. Ik, die aan lectuur hing als een jongen aan zijn hoepel. Boeken waren een levensbehoefte voor