is toegevoegd aan uw favorieten.

De realiteit der parapsychologische verschijnselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het niet in zijn kraam te pas komt, dat de oude magiërs dat uit een soort bijgeloof of zelfverheffing deden, om het volk te imponeeren.

Dit is de reden, waarom de ascese bij de verlichte moderne Europeesehe samenleving zoo weinig aanhangers telt. Het is hun te lastig, te moeilijk en te saai ; een leventje van vermaak vinden zij veel gemakkelijker en prettiger, een leven vol van erotische opwindingen en alcoholische verdoovingen veel aangenamer. Zij vinden ascese overbodig, zoo ouderwetsch.

Maar zij begrijpen niet dat de ascese en de lichamelijke beheersching de eerste vereischten zijn tot aankweeking en opvoeding van den wil. Zonder ascese en lichaamsbeheersching geen gedachtenkracht, geen rein en zuiver fluidum, geen wil, dus ook geen mentale suggestie. De grootste vijanden van den doelbewusten, positieven wil zijn : passie, erotiek, losbandigheid, drankzucht (spiritualiën in het algemeen, zelfs de kleinste hoeveelheid), gemakzucht, drift, zwakheid, luiheid, vergeetachtigheid, haast, ongedurigheid, ongeduld en vluchtige overpeinzing. Immers, hoe zou iemand met zulke ernstige karakterfouten, ook maar één greintje reine gedachtenkracht kunnen ontwikkelen, laat staan witmagische, mentale suggestie.

Daarom oefenden de Ouden ook hun wil en prikkelden zij hun verbeelding. Door de escese groeide de wil en door de symbolische ritualen werd de verbeelding tot het hoogtepunt opgevoerd.

In dit oefenen van den wil door ascese en dit opvoeren der verbeelding tot het hoogtepunt schuilt het geheim. Wanneer iemand zich gedachtenkracht verwerven en een sterken wil aankweeken wil, moet hij in de eerste plaats niet alleen zijn lichaam, maar ook zijne gedachten zóó kunnen beheerschen, althans den sterken wil daartoe hebben, in casu, de wilskracht bezitten, dat alles om hem heen in het niet verzinkt, en wel zóó, dat hij niets meer hoort, voelt en ziet, dan alleen het object waarop hij zich concentreert, om het door middel van gedachtenkracht mentaal te suggereeren. Zoodra hij nog slechts het object ziet en het contact daarmee voelt, is het moment van mentale suggestie gekomen, dan zal de werking op het object ook beslist plaats hebben. Wanneer de ritualen behoorlijk gevolgd en toegepast zijn, zal zoowel de parapsycholoog als de patiënt, heel spoedig met zekerheid de genezende uitwerking van de sympathetische mentale suggestie waarnemen en, bij voortgezette herhaling de geheele genezing kunnen constateeren.

Bij antipathetische mentale suggestie, dus goena goena, zal precies het tegenovergestelde plaats hebben ; het object zal ziek worden. Bij een langdurige beinvloeding zal de ziekte verergeren, zelfs kan zij den dood veroorzaken.

Men moet echter mentale suggestie niet met hypnotische suggestie of autosuggestie verwisselen ; de verschillen zijn bij deze drie verschijnselen zeer duidelijk in het oog loopend. Laten wij eens zien :