is toegevoegd aan uw favorieten.

Wat men in Indië moet doen en laten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

matisch in zijn leven heeft gehad. Er is ook een huisdier: een hond die door iedereen wordt gewaardeerd of een magere kat met een knoopstaart die door iedereen wordt weggejaagd. Sinds de radio zulk een vogelvlucht heeft genomen is er, behalve in de hotels, ook in alle pensions muziek, maar niet in alle kamers hetzelfde programma.

Maar laten we nu eindelijk eens naar huis gaan. U kunt ze in alle soorten krijgen, vanaf het imposante oud-Indische huis tot aan het vriendelijke Bussumsche villatje in de lange rij precies gelijke villatjes. Onafhankelijk van de grootte heeft ieder huis een paviljoen, d.w.z. een woonruimte onder een apart dak. Deze dient om er zeer goede vrienden in onder te brengen van buiten-af, of om er hinderderlijke elementen in over te brengen uit den huiselijken kring van binnen-uit, of om te verhuren aan willekeurige menschen met wie dan allengs banden van liefde of strubbelingen van haat ontstaan.

De Inheemsche jeugd heeft een spel, bestaande uit het opsluiten van twee krekels in een bamboebuisje. Onherroepelijk krijgen die onaangenaamheden. Zoo is het ook met bewoners van hoofdgebouwen en paviljoens: het paviljoen-systeem schept een halven familieband die al het vóór en tegen van aanbehuwdschap met zich mee sleept.

Behalve het paviljoen zijn er de bijgebouwen voor de bedienden. In de oudere huizen zijn dit vroeger slavenvertrekken geweest. Een slaaf was een kostbaar bezit maar, gezien het primitieve van deze woonruimten, gingen de menschen in dien tijd onvergeeflijk slordig met hun eigendommen om. Ook de nieuwe bouwtrant levert in dit opzicht een tamelijk „slaafsche" navolging van de gebruiken uit dien tijd, en het merkwaardige is dat de Inheemsche

Indië 7