is toegevoegd aan je favorieten.

Naar de Tapajos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten trekken. Ik had niet kunnen denken, met jou al zo’n eind op weg te zullen komen.”

„En we liggen nog altijd halfweg de Montferland,” merkte Ben droogjes op.

,,En ik blijf hier liggen,” zei Tom, „tot de warmte wat is afgenomen en ’t bevalt me hier zó goed, dat ik er vóór zou zijn, zelfs de nacht hier door te brengen.”

„Aangenomen,” stemde Ben toe. „Alleen, hoe staan we met spijs en drank?”

„O,” vond Tom, „in dat dorpje daarginds, zullen we tegen de avond wel wat kunnen gaan eten en dan keren we weer naar hier terug. Dan oefenen we ons vast een beetje in een leven vol ontberingen, als we naar Spanje gaan om de Tapajos te ontdekken.”

„Stom van die Stevens,” vond Ben, „dat hij niet een stuk of wat woorden meer geschreven heeft. Voor hem was ’t een kleine moeite geweest en voor ons zou het een groot gemak zijn. We wisten dan precies, waar we zijn moesten en wat hij nou eigenlijk met dat gekke gekrabbel bedoelt.”

„Misschien heeft hij het er wel om gedaan,” meende Tom, „om ons of een ander, die het in handen zou krijgen, er het hoofd mee te laten breken.”

„Zo gemeen was die Stevens niet,” beweerde Ben.

„Hoe weet je dat alweer zo precies?” vroeg Tom.

„Och, heel eenvoudig, omdat ik er niet van houd, dadelijk ’t lelijkste van een mens te den-