is toegevoegd aan je favorieten.

Naar de Tapajos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zo, manneke,” zei deze op smalende toon, terwijl hij eigenhandig Ben’s armen weer op z’n rug bond, „dat had je niet gedacht hè, dat je Al va na Santos zo gauw weer terug zou

• * 9

zien.

„Ik moet zeggen, dat hadden jullie niet onaardig bedacht: Alva. Alleen moet ik je zeggen, dat ik niet uit een boekje weggelopen ben, en de ijzeren hertog ben ik helemaal niet. Ik ben wel van ijzer, maar ik ben geen hertog.”

„Nee,” zei Ben, „je bent een gemene dief, een schurk.”

„Kom, kom,” zei Alva, „wind je niet zo op. Ik weet allang, dat je er helemaal niet tegen op ziet een fatsoenlijk mens te beledigen.”

„Een fatsoenlijk mens beledigen?” vroeg Ben.

„Ja, ja, houd je nou maar niet zo onnozel, je weet ook nog wel, hoe je me in m’n gezicht uitlachte, toen ik bij ongeluk m’n sigaar over boord liet vallen.”

„Je bedoelt,” zei Ben, „dat ook dat een doorgestoken kaart is geweest, om ons te doen denken, dat je geen Hollands verstond.”

„Dacht je dat?” zei Alva. „Maar vertel me nu eens, waar ga je eigenlijk naar toe?”

„Op ’t ogenblik nergens,” antwoordde Ben, „ik lig hier en je hebt m’n voeten laten binden, zodat ik nergens naar toe kan.”

„Je bent verbazend gevat,” spotte Alva, „maar toch zou ik je raden, een toontje lager te zingen. Ik zal het je zelf wel vertellen, je gaat naar de Tapajos.”