is toegevoegd aan je favorieten.

Naar de Tapajos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zitten om het vuur en nummer vijf houdt de wacht bij de muildieren, die op enige afstand grazen. Die vijfde wandelt onophoudelijk heen en weer tussen het vuur en de dieren, die hij bewaken moet.”

„Kon je die dan zien?” vroeg Ben.

„Die lopen aan gindse kant van het vuur, maar ze verwijderen zich hoe langer hoe meer buiten de lichtkring.”

„En de Indiaan?”

„Die ligt vlak voor het vuur. Die is niet weg te halen, zonder dat Alva en z n kornuiten het merken,” zei Drillo.

„Ik was blij, dat ik dien goeden vriend Alva eens weer terugzag,” merkte Freek lachend op.

„En heb je nu een gedachte, Drillo?” vroeg mijnheer de Groot, „hoe we dit zaakje moeten opknappen? Kijk,” vervolgde hij, „als t er nu om ging, die kerels pardoes dood te schieten, dan hadden we hier gemakkelijk spel. Maar ten eerste hebben we daar het recht niet toe, tenzij ze zelf van hun wapens gebruik maken en ten tweede zou ik onder geen omstandigheid willen, dat wij ze van af een plaats waar ze ons niet vermoeden, eenvoudig neerlegden.

Als ’t er niet om ging dien jongen Indiaan te bevrijden, dan zou ik er niet aan denken ze aan te vallen, dan mochten ze het pantervel ook nog houden.’

„Dat tussen twee haakjes,” zei Tom, „niet van u, maar van mij is. Maar verder ben ik het volkomen met u eens, Papa.