is toegevoegd aan je favorieten.

Naar de Tapajos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anderen twee aan twee er op uit konden oin de omtrek te verkennen en hun geluk te beproeven op de jacht. Freek en Ben hadden al gauw geluk en kwamen terug met een jong rund, zodat Drillo nog eens een heerlijk wildbraad klaar kon maken. Ook de dieven kregen hiervan hun deel.

„Dat is voor de lekkere vis, je weet wel, zei Ben tot Alva, toen hij hem een paar malse lappen vlees voorzette.

De volgende morgen kregen de dieven hun bezittingen terug en werden hun banden losgemaakt. „Ginds, een gezicht ver de vlakte in, grazen de muildieren,” zei mijnheer de Groot, „en laten we hopen, dat we elkaar niet weer ontmoeten.”

Als schooljongens, die stout geweest zijn, zo stonden de vijf dieven er bij. Ze waren er blijkbaar van overtuigd, dat ze zeer genadig behandeld werden. Ze mompelden iets, dat op een groet moest lijken en verwijderden zich toen. Zonder om te zien gingen ze voort de vlakte in, waar heel in de verte hun muildieren liepen. Drillo klom in een boom en hield ze door een kijker in ’t oog.

„Daar hebben ze hun beestjes weer,” zei hij eindelijk. De rovers stegen op en nu duurde het niet lang meer, of ze waren ook zelfs door de kijker van boven uit de boom niet meer te

zien. '

„En laten we nu maar zeggen,” zei Ben: „Opgeruimd is netjes.’