is toegevoegd aan je favorieten.

Naar de Tapajos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

morgen werd de tocht weer voortgezet.

„Merk je wel, zei Freek na enige dagen, „dat het bos steeds minder dicht wordt?”

„Ja, we komen weer bij de vlakte, waar we doorheen trokken, vóór we het Indianendorp bereikten,” meende Drillo.

Zo was het ook. Het uitzicht werd naar links en rechts heel wat ruimer; soms weken de bomen een gezicht ver terug. Later werden de oevers heuvelachtig en dat belette weer het vrije uitzicht. Ook werd de stroom van de rivier sterker, zodat het heel wat inspanning kostte het vaartuig vooruit te krijgen. Ook werd de rivier veel ondieper; een paar maal was het zelfs al gebeurd, dat het vlot de bodem raakte en met moeite los kwam.

Op een namiddag, toen ze ruim een week gevaren hadden, konden ze niet verder, en daarom besloten ze hier de nieuwe dag af te wachten en dan te voet verder te gaan. Alle bagage meevoeren was ondoenlijk, ze moesten het er maar op wagen, die grotendeels achter te laten. Van de proviand namen ze mee zoveel ze dragen konden en verder hun wapens en een enkel stuk gereedschap, een bijl, een zaag en een kleine spade.

Belast en beladen trokken ze de volgende dag langs de oever voort, ’t Werd een zware gang, temeer daar ze midden tussen de bergen kwamen en soms langs steil oplopende wegen gingen. Steeds zorgden ze de Tapajos in ’t oog te houden, die als een smal beekje diep beneden hen stroomde. Lang voor de middag hielden ze