is toegevoegd aan je favorieten.

Tusschen potten en pannen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich een meisje van omstreeks dertien jaar. Het haar in twee stijve staartjes in haar nek, stond ze met een pioenrood gezicht brood te snijden.

„Gedag Juffrouw.”

„Zoo hittepetit, is je Moeder hier ook?”

„Me Moe? Neeje hoor, die is thuis.”

„Komt zij vanmiddag dan weer terug?”

„Terug? Welneeje, waarfoor? Ze is hier nie geweest? Ik ben hier alleen,” dit laatste met trots.

„Alleen? En de werkster dan?”

„Daor weet ik niks nie van, maor ik ben hierl”

„Ja, dat zie ik,” lachte Lot, „maar heeft Mevrouw jou dan in dienst genomen?”

„Welzeker, en ik verdien ook al — twee vijftig in de weekl En Moe zeit, ik mag het houwe.”

„Phui,” floot Lot voor zich heen, „nieuwe situaasje!

„Kun je werken, hit? Heb je thuis wel eens wat gedaan in het huishouden?”

„Jewel. Zaterdags hebbe me vrij van school en dan baai ik de keinders en ik schrob den deel. En piepers kan ik ook schelle en koke en koffie sette. Nou en de rest kan ’k wel leere.”

Lot schoot in den lach over dat „rest”.

„Nu, dan zullen wij het wel rooien. Als jij maar wilt, zullen we het samen wel klaar spelen. Hoe heet je, hit?”

„Pleuntje Syben.”

„Pleuntje Syben. Pleuntje, wat een pracht naaml — Wacht eens — P.S. noem ik je, dat is kort maar krachtig. Nou P.S., zal ik je boterhammen halveeren,