is toegevoegd aan je favorieten.

Tusschen potten en pannen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik wilde, dat je in dat pension was gebleven. Alle pleizier en aardigheid is er hier af door je komst.

’s Middags aan tafel was zij nog gedrukt en stil en Dominee, die dat niet gewend was, vroeg bezorgd: „Zeg Lotte, meisje, je hebt toch geen hoofdpijn, je bent zoo stil?”

„Och neen, Tommie,” nam mevrouw dadelijk het woord, „Juffrouw Lotte is wat erg onhandig geweest, dat zal haar nog hinderen.”

Dominee trok even de wenkbrauwen op. Nu al moeilijkheden? Waar zou hij ooit zoon opgewekte ziel vinden als Lotte voor hun huishouding? Alles was tot nu toe zoo best gegaan. Kon Lotte maar wat invloed op Minnie krijgen door haar zonnige opgeruimdheid. Het was zoo gezellig en vroolijk in huis geweest den laatsten tijd met dat jonge kind.

Eenige dagen later, nadat Lot met Pleuntje afgewasschen had, ging zij in de eetkamer het zilver opruimen.

„P.S., ik mis een theelepeltje,” galmde ze naar de keuken, „kijk eens in de afwaschbak?”

„Hier heb U het al — het was bezije geglejen,” kwam Pleuntje met het lepeltje tusschen haar nog wasemende handen.

„P.S., je hebt een reuzen knol in je kous, weet je dat? Pas op dat je vrijer je niet zóó ziet loopenl”

„Och —, oeoeoehl” gierde Pleun met een hoogen haal, „me vrijer 1 Me Moe zou me an zien kommel Die juffrouw tochl”

Ik ga eens een gezelligen brief naar Ank schrijven, bedacht Lot. Gek dat ik nog niets van haar gehoord