is toegevoegd aan je favorieten.

Tusschen potten en pannen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Van negen uur af?”

„Waar heb je zin in? Kom ga mee naar mijn zitkamer, daar is het rustig en worden wij niet gestoord.”

En zonder de kinderen of Mademoiselle verder met een woord te verwaardigen, troonde zij Lot mee.

„Ik kom gauw weer eens bij jullie,” riep deze achterom.

„Germaine, zouden we niet liever wat gaan wandelen, dan op je kamer te gaan zitten? Het is zulk heerlijk weer. Ik wilde graag, dat je mij alles eens wees en de namen van de bergen vertelde en zoo.”

„Wandelen?” herhaalde Germaine met afgrijzen. „Oh jakkes nee zeg, spaar mij daarvoor! Het is al erg genoeg, dat wij ’s zomers noodgedwongen Zondags wel eens met Vader mee moeten. Die heeft soms ook die Hollandsche loopziekte. Moet je moeder over hooren! Vreeselijk vindt die het. Ik zal je de omgeving wel met de auto laten zien, als dat je interesseert. Maar als je wilt wandelen, moet je maar alleen gaan. Jammer voor je, dat Hélène niet thuis is, die was net een woudlooper. Ongeciviliseerd kind! Bah, ik ben blij, dat Vader eindelijk zoo verstandig is geweest haar naar Sacré-coeur te sturen, daar zullen zij haar wel bij schaven 1”

„Nu, dat spijt me echt,” vond Lot. „Dan zal ik zoo nu en dan maar eens een uurtje vroeger opstaan om te wandelen. Je ziet zoo oneindig veel meer, dan dat je er in een auto langs vliegt. En je kunt dan ook lang niet overal komen.”

„Chacun son gout,” zei Germaine. „Ga gerust je gang, als je mij maar rustig thuis laat. Ik heb met de