is toegevoegd aan je favorieten.

Tusschen potten en pannen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De portretten zet ik straks zelf wel neer, Marguérite. Leg ze maar op het bureautje neer.”

Chocola, hopjes, pepermunt? Oh, die lieve Moek had ze natuurlijk net als in haar kostschooltijd in den koffer verstopt! Lieve attentie, waarop zij, na de vacantie op school terugkomende, bijna vast had kunnen rekenen. En toch was het iederen keer weer een prettige verrassing geweest. Nu was haar dit pleziertje, om in verborgen hoekjes en gaatjes allerlei snoeperijtjes te vinden, ontnomen.

Het ging niet om die kleinigheidjes zelf, maar het was zoo’n gezellig tastbaar „iets van thuis.” En hier nog meer dan in Holland.

„Zoo gek,” gichelde Marguérite, „er viel een rolletje pepermunt uit llw corsetje en er stak een reep chocolade uit een paar opgerolde kousen.”

„Was je bang hier honger te zullen lijden?” plaagde Germaine.

„Nee, het is een aardigheidje van Moeder, dat doet zij altijd als ik op reis ga voor langeren tijd,” antwoordde Lot rustig. „Wij zullen het deelen. Wat heb je liever, pepermunt of chocolade?”

„Non merci! geef het maar aan de kleintjes. Ik eet nooit chocola, daar word ik veel te dik van. Maar waarom doet je Moeder dat? Wat gek. Zij had je toch veel beter geld kunnen geven om hier snoep en chocolade te koopen? Quels dröles d’hollandaisl”

Lot deed maar net, of zij haar niet begreep. Als zij dat niet voelt, hoe kan ik het dan uitleggen, dat één zoo’n onnoozele reep van Moek in den koffer, meer voor mij is, dan een kilo bonbons hier gekocht?