is toegevoegd aan je favorieten.

Tusschen potten en pannen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden een reuzejaartje samen kunnen hebben. Maar ik kom je stellig eens opzoeken, als je in je hondenhok zit.”

En Lot dacht: Zou er nog iets van het hondenhome komen?

Nog lang daarna zou zij aan dezen tocht terugdenken. Het was een schitterende route door een machtig berglandschap. Soms knepen zij elkaar van angst in den arm. De autowegen waren heel smal. Aan hun rechterhand schoof de wagen langs de rotsen, terwijl aan hun linkerzijde een diepe afgrond gaapte. Op sommige punten konden twee auto s elkaar niet passeeren, zoodat men in de rots inhammen gemaakt had, waar de ééne auto moest wachten, tot de andere gepasseerd was. De aanwijzing, dat er een wagen in aantocht was, geschiedde door het automatisch aan- en uitknipperen van een rood lichtje in den inham. Die afgronden bezorgden Lotte koude rillingen. „Daar kan ik niet naar kijken,” verklaarde zij, „dan wordt mijn hoofd zoo leeg als een ballon en het is of ik er in moet springen. Ik word er gewoon naar toe getrokken.”

„Hoogtevrees,” constateerde .Zuster’ Hanni. „Niet kijken dan maar, maak je niet akelig voor niks. Kijk liever, hoe schitterend het klooster daar ligt. Wat eenzaam anders en woest is het hierl”

„Hemeltje, wat gebeurt er nu?” vervolgde zij even later en stond op om aan haar nieuwsgierigheid te kunnen voldoen. „Daar komt waarachtig een autotje aan, moet je zien wat een vloo, het is niksl Maar hij komt er nooit langs. Wat een stommerd om niet