is toegevoegd aan je favorieten.

Speelmakkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOU JE VEEL VAN VOGELTJES?

III

zoende haar en zei: „Nee, lieve schat, ’t is allemaal maar gekheid van Pa, hoor. Ik wou je alleen maar eens laten voelen wat zo’n vogeltje voelt, als ’t in een kooi wordt gezet, en wat het zeker zeggen zou als ’t praten kon.

„Maar ik hou toch zoveel van Kwikstaartje!” zei Lucie.

„En wij houden toch zoveel van jou,” zei ik, „en daarom laten we je zo vrij, als we maar kunnen. Daarom houdt Moeder maar de helft van haar tuintje voor zich, opdat jij en broer de ruimte zult hebben om naar hartelust te ravotten. Dat is wat anders dan een kooi, hè?” Lucie keek mij eens aan.

„Zal ik Kwikstaartje dan maar weer laten vliegen?” vroeg ze.

„Ja kind,” zei ik. De beste manier om van vogeltjes te houden is: die vrij zijn, niet gevangen zetten en die gevangen zitten, de wilde tenminste, gauw weer vrij laten.”

Toen sprong Lucie van mijn knie en liep naar de kooi. Met heel wat moeite ving ze het fladderende diertje, dat niet wist, welk nieuw ongeluk nu weer over zijn klein kopje komen zou.

Toen ze ’t beet had, gingen we allemaal in optocht naar ons tuintje. Daar gekomen mochten we allemaal Kwikstaartje goeie dag kussen. Lucie zelf kuste hem veel keren, deed toen haar handje open, en weg was het Kwikstaartje! Het vloog op een tak van een hoge boom in buurmans tuin en bleef daar even zitten, om te bekomen van de angst en van de plotselinge vreugde... Toen spreidde het zijn wiekjes uit en vloog weg, ver weg... ik denk naar zijn nestje met de kleine kindertjes, die om moeder riepen.

Lucie houdt nog altijd veel van vogeltjes, ’s Winters