is toegevoegd aan je favorieten.

Speelmakkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EEKHOORNTJES

III

tjes het meest te zien, want dat was de tijd van de dag, waarop die twee het levendigst en werkzaamst waren. Dan, als de geur van dorrende bladeren en rijpe vruchten de lucht vervulde en iets tussen dauw en rijp in, het gras wit deed glinsteren, dan genoten de eekhoorntjes het meest van hun leven. Ze schoten heen en weer, gewoonlijk onopgemerkt, daar hun bewegingen te vlug waren om in ’t oog te lopen. Geen enkele noot van de boom, geen enkele die op de grond viel, ontsnapte hen.

Ze sprongen aldoor heen en weer tussen de boom en hun verzamelplaats onder de houtstapel. Dit jaar waren ze bepaald schatrijk, de boom had meer dan een schepel noten opgeleverd, en die hadden ze allemaal bijeen gegaard.

Ze voelden evenveel tevredenheid over hun voorzorgen en evenveel zelfvoldoening als het oude paar in de boerderij, en met het oog op de toekomst waren ze even gerust. Ook zij verwachtten niets anders dan onbezorgde, vreedzame rust hier op aarde, en wat de onbekende toekomst betrof, ze dachten er geen ogenblik over, dat die zou kunnen bestaan. Ze hadden daaromtrent geen hoop, maar evenmin maakten zij zich ongerust over een mogelijk tijdstip in hun bestaan, waarop er geen stenen muren om over heen te lopen en geen notenbomen meer zouden zijn. Hun behoeften en hun voorraad vormden in hun mening een geheel, dat onmogelijk kon worden verbroken.

Toen ze alle noten van de noteboom in hun voorraadsschuur hadden geborgen, waren ze bepaald een welgesteld paar. Ze kenden natuurlijk verscheidene andere eekhoorntjes, maar geen van die allen was ook maar half zo rijk als zij. Geen van de anderen bezat een noteboom, en