is toegevoegd aan je favorieten.

Speelmakkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SINT NIKOLAASAVOND IV

„Weet je wel, dat ik nog een paar flessen suikertjes1) heb en die flikjes?”

„Ja,” zei Frans.

„En als ik dan een paar blikjes *) met die lekkere wafeltjes open maak, dan hebben we een heleboel lekkers bij elkaar.”

„Ja,” zei Frans — maar eigenlijk begreep hij ’t niet best. Wou Ma hem al dat lekkers alleen op laten eten van avond?

Neen, dat wou Ma niet. Ma had een erg aardig bedenksel, luister maarl

Achter het huis van Frans was de kazerne. Frans zijn Pa was officier, en hij was hier heel alleen met de soldaten. Dit waren de enige huizen hier: het huis waar Frans in woonde en de kazerne. Die soldaten, de meeste tenminste, hadden vrouwen en kinderen, die daar ook woonden, allemaal kleine bruine kindertjes — Javaantjes en Soendanezen. Frans had ze wel eens gezien als hij met Ma ging wandelen.

„Hoeveel kinderen denk je wel, dat er in de kazerne zijn?” vroeg Ma.

Dat wist Frans niet. Misschien wel vier of wel zes.

„Zes kinderen, behalve jou ... bij wie Sint Nikolaas ook niet komt,” rekende Ma uit. „Wat jammer, hè Frans... zouden ze er erg veel verdriet over hebben?”

Frans schudde zijn krullebol. „Och neen, Ma! ik denk het niet... ’t Zijn immers Javaanse kinderen, wat weten die van Sint Nikolaas af?”

„Ja, dat is waar;... maar denk je niet, dat ze ’t leuk

1) In Indië wordt alles bewaard in flink gesloten stopflessen of blikken dozen; le voor de mieren die overal inkruipen, en 2e wegens de warme vochtige lucht, die alles véél gauwer doet smelten, beschimmelen en bederven dan bij ons.