is toegevoegd aan je favorieten.

Speelmakkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SINT NIKOLAASAVOND IV

gure avond wat aan de kinderen kwamen brengen; niet Ma en Frans die koekjes gebakken hadden!

„Wilt u hebben, dat ik ze hier roep?” vroeg de sergeant aan Mevrouw.

„Heel graag,” zei Ma, „het is hier nog al groot geloof ik, alle kinderen kunnen hier toch wel binnen?”

„Dat zult u eens zien,” zei de snorrebaard. „Wat zullen ze kijken! ik zal ze gauw roepen!”

En na een ogenblikje wachtens kwamen ze aan. 0 zoveel kleine jongens en meisjes. Javaantjes en Soendanezen; maar ze bleven op een klompje staan voor de cantine, de moeders achter hen.

„Kom maar binnen,” zei de sergeant.

Eén durfde, een kleine dikke jongen; en toen volgde een meisje — een snoepig klein Javaans dingetje met het haar als een grote dame gekapt*) en haar vinger in haar mondje ... Daarna kwamen de anderen.

Frans zag niets dan verlegen, verwonderde bruine gezichtjes en donkere ogen voor zich.

„Nu moet jij de zakken geven!” fluisterde Ma hem zacht toe.

Wat was het toch vreemd, dat die Frans nu warempel zelf verlegen was! Neen maar! Hij had wel wèg willen kruipen ... maar Ma gaf hem een zak in de hand. „Geef die aan dat aardige meisje,” hoorde hij. Hij deed het; en toen hij de eerste zak gegeven had, durfde hij ook no. twee en vier en zes geven, Ma gaf hem de zakjes en hij gaf ze weer aan bruine handjes, en af en toe zag hij in een verlegen of een lachend bruin gezichtje. Toen kreeg hij er opeens plezier

i) Reeds heel vroeg wordt bij de kleine Javaanse meisjes het haar in een wrong gedraaid en opgestoken. Zo dragen zij het levenslang.