is toegevoegd aan je favorieten.

Speelmakkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TWEELINGZUSJE

IV

noe cue een kransje van Meibloempjes voor haar vlecht.

Opeens roept Lucie, juist terwijl ze haar stoute Suze voor de vijfde keer in de hoek zet: „Fanny, hoor je daar niet iemand schreien? Daar in ’t kleine steegje!”

„Ja heus,” zegt Fanny, na even geluisterd te hebben. „Laten we even over ’t hekje gaan kijken om te zien wat het is. Maar zeg, neem Suze mee, anders vergeet je haar straks weer.”

„O nee, die kom ik zo meteen wel halen,” roept Lucie en weg is ze.

Bij ’t hekje gekomen, ziet ze in ’t steegje een klein boerenmeisje, dat bedroefd staat te huilen bij een hengselmand, die op de grond ligt.

„Waarom huil je zo?” vraagt Lucie.

„O, jongejuffrouw, ’t is zó erg,” snikt het boerinnetje, „Moeder had me met die mand met eieren naar de stad gestuurd; ik moest ze naar een winkel brengen en het geld goed bewaren, en o, nu ben ik gevallen. De mand gleed van mijn arm, en al de eieren zijn stuk.”

„Maar is dat dan zo erg?” vroeg Lucie. „Je moeder zal toch zeker niet zó erg knorren over een ongeluk? Je kunt ’t immers toch niet helpen als je valt!”

„Moeder zal vast en zeker niet geloven, dat ’t een ongeluk was,” snikte het meisje. „Moeder gelooft me nooit. Ik zal er klappen voor krijgen en zonder eten naar bed moeten; dat weet ik, want ’t is me nog eens overkomen dat ik per ongeluk de eieren brak. Toen wou moeder ook niet geloven dat ’t een ongeluk was, en toen heeft ze gezegd dat ze me nog veel erger zou straffen als ’t nog eens gebeurde. En ik kon ’t nu toch ook niet helpen, heus niet. Er lag een touw hier in ’t gras, daar raakte ik met mijn voet in vast, en zo viel ik.”

„Een touw!” riep Lucie verschrikt uit, „een touw? Oei, oei, dat is mijn springtouw! Gister heb ik er mee gespeeld.