is toegevoegd aan je favorieten.

Zwartoogje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZWARTOOGJE

De agent had zijn boekje te voorschijn gehaald en vroeg: „Het adres? Ik moet daar ook eens een woordje gaan spreken.”

Weer wilde tante Mien antwoorden, maar nu gilde Lexje zo, dat de agent haar niet verstaan kon.

Toen greep hij haar beet, zette haar op haar benen en hield zijn stevige hand voor haar mond.

„Het adres, mevrouw,” vroeg hij nog eens.

En nu kon tante Mien het hem geven.

Ondertussen was Anna aan komen lopen.

„Is de agent nog niet weg? Mevrouw ligt te huilen van schrik.”

„Mevrouw?” zei tante Mien ontsteld.

De agent had ondertussen zijn boekje wegge* borgen en zei: „Luister nou eens goed naar me, kind. Voor deze keer zal ik je niet meenemen, maar als je weer ondeugend bent, stop ik je in net hok bij ons op het bureau. Als de politie wat zegt, dan moet er gehoorzaamd worden, begrepen?” En nou ga ik eens naar de overkant.”

Toen de agent vertrokken was, zei tante Mien aan Anna: „Wat zei je toch van mevrouw?”

„Het arme mens is helemaal overstuur, u mag wel eens naar haar gaan kijken.”

„Hoe komt dat? Heeft ze Lex horen huilen?”

„Huilen? Gillen heeft ze d’r gehoord. En toen wou mevrouw weten, waarom het kind zo’n spek* takel maakte en toen heb ik haar verteld van den agent en dat het niets was, want mevrouw was zo bang, dat Lex zich bezeerd had en dat ze daarom zo aanging. Nou en dat scheen mevrouw net zo erg te vinden en toen wou ze er alles van weten