is toegevoegd aan je favorieten.

Zwartoogje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZWARTOOGJE

„Maar dat is toch geen reden om je vader een jongen te noemen,” vond Dora.

„Omdat hij zo leuk en zo vrolijk is,” zei To.

„En soms een beetje lastig. Precies een jongen, begrijp je?” zei Go.

Lexje had tot nog toe niet veel meegepraat. Nu viel ze uit: „Jullie zijn jokkebrokken, je ver» telt aldoor stukjes. Jullie zeggen, dat je tweelin* gen bent en jullie zijn niets anders dan gewone, aparte kinderen, jullie lijken niet eens op elkaar. En nou zeg je weer, dat je een Paps hebt, die een jongen is en een Paps is toch een man. Jullie zijn een paar lelijke jokkebrokken, hoor.”

Tootje vloog op en ging vlak voor Lexje staan.

„Zeg dat nog eens, als je durft.”

Gootje ging naast haar zusje staan en rekte zich wat uit om groter te lijken.

„Als je durft,” herhaalde ze.

Lexje vloog op.

„Neen, neen, ’ zei Dora, en Henkje riep ang» stig: „niet vechten, niet vechten!”

Maar op hetzelfde ogenblik rolden To, Go en Lexje al over de grond en Louki deed al gauw mee.

„Ga mevrouw halen, Henk,” beval Dora, die zelf niet weg durfde gaan en liever proberen wil* de het vechtende troepje uit elkaar te halen. Wat haar niet lukte, dat lukte zuster Lena. Ze viste eerst Louki op en duwde haar naar haar moeder. Toen greep ze Lex, die zich duchtig ver* zette, maar niet op kon tegen de stevige, sterke handen van de zuster. Toen Lexje weer op haar benen stond, volgden To en Go vanzelf.

Wat zagen ze er vuil uit!