is toegevoegd aan je favorieten.

Wat Wung met de zon deed

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

even in ’t telephoonboek. Hij nam de hoorn weer op, de nummerschijf draaide.

„Hallo, met den commissaris van politie. Met den directeur zelf? Prachtig. Enige inlichtingen a.u.b. over Frits Jansen. Prettige leerling? Hm. En zijn vriend Harry Beukelaar? Enige tijd niet op school geweest? Hoe zo? Aha, hoofdpijn, schriftelijk bericht? Heeft u hem nog opgebeld? Geen gehoor, zo, zo. Verzoek... wat zegt u? Om zijn adres geheim te houden? Versta ik u goed, geheim? Mag ik even dat adres noteren? Juist, dank u. Goeden avond, directeur!”

De commissaris hing de hoorn op.

Er werd geklopt.

„Binnen!”

„Hier een heer om u te spreken,” zei de agent.

„Laat binnen!”

Een oudachtig heertje schuifelde het kantoor in.

„Goeden avond, mijnheer de commissaris, schrikt u maar niet, ik kom niet voor iets ergs. Ik kwam zo es even aanlopen, ik heb een huurder, meneer Beukelaar en die...”

„Hoe zegt u? Beukelaar?”

„Ja, ik zei Beukelaar, adres Lijnbaan, bij het Westeinde, en die had een week lang niet betaald, en toen ging ik naar dat huis toe, en toen was-ie niet thuis, en het hele huis was leeg, tenminste er was één kamer op slot en een andere stond vol mooie meubels en vliegmachines en andere rommel...”

„Vliegmachines? Zo’n groot huis??”

„Nou ja, kleintjes dan, meer modellen, begrijpt u?”

De commissaris knikte.

„Nou, en ze waren niet thuis, en ik heb het hele huis afgezocht, en ze hebben niet betaald!”

„Uitstekend, prachtig, ik...”

„Maar meneer de commissaris!”

„O, pardon, ik bedoel... eh... Enfin, u maakt zich maar niet ongerust, haal die rommel d’r maar uit en sla het ergens op. Komen ze binnen een jaar en zes weken