is toegevoegd aan je favorieten.

Wat Wung met de zon deed

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CJ

HOOFDSTUK XVII

VAN TERSCHELLING NAAR WAALHAVEN

Veldwachter Rarendse werd wakker, toen zijn vrouw voor de derde maal riep, of hij nou es eindelijk op wou staan.

De eerste keer had hij vriendelijk teruggebromd, en was doorgeslapen. De tweede keer had hij ontroerd gesnurkt en was op z’n andere zijde gaan liggen. Nu, het was pas negen uur, stak hij met een tevreden gebaar sijn voeten uit de bedstede en trok z’n kousen aan. De zon scheen op zijn uniform, die over een stoel hing, en fonkelde op de koperen knopen.

Veldwachter Barendse kon tevreden zijn: hij had zich zó geoefend gedurende zijn huwelijksjaren, dat hij reeds Joor twee bevelen van zijn betere wederhelft heen had leren slapen, en pas bij de derde geheel wakker werd. Misschien kon hij dit aantal nog opvoeren, wie weet...

En met een verheven glimlach op z’n goedmoedig gezicht, schoot hij in de kleren. Of beter: hij kroop erin. Want dit was een van de voornaamste levensbeginselen /an veldwachter Barendse: haast u langzaam! De natuur is zo schoon, het leven is zo prachtig, het voedsel zo ■makelij k! Vlieg er niet doorheen, geniet er van op uw lode gemak.

Barendse vloog dan ook niet door z’n ontbijt heen. Om ien uur veegde hij met de rug van zijn hand de laatste truimels van zijn welgedane lippen, en stond op: Hij vas gereed tot den zwaren strijd.

Na lang wikken en wegen, besloot hij, den morgen te rullen met een strandwandeling. Het was vandaag lekker veer, en niet te koud, er stond geen wind. Veldwachter