is toegevoegd aan je favorieten.

Wat Wung met de zon deed

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wel ver — eh, wel alle —, 1150 K.M., ’t is ónmogelijk, ’t is geweldig, ’t is...”

„’t Is waar,” hielp Wung, „nu zullen we even stijgen.”

Hij draaide een knopje om, en de luchtdrukmotor gonsde. Hij haalde het hoogteroer naar zich toe en riep naar Harry en Frits:

„Doen jullie even de luiken voor de ramen in de kajuit? Anders mochten ze weer eens springen!”

De hoogtemeter wees 25 K.M. De controleur was met stomheid geslagen.

„Ik zwijg maar,” verklaarde hij, „als ik zometeen op de grond sta, dan zal ik wel eens gaan denken, ’t Is bovenmenselij k!”

„Doet u dat nü liever,” raadde Wung, „want zometeen vragen we van u een luchtwaardigheidsbewijs! Ik zal maar niet hoger klimmen, hoewel de Beukelaars hebben berekend, dat de Phoenix tot boven de 30 K.M. kan stijgen. Ik zal weer dalen, dan kunnen we, met goedvinden van uwe excellentie, op Terschelling landen!”

De minister was een en al bereidwilligheid. Wung hield koers op het dorpje, en zette de Phoenix aan de grond op een weiland, vlak er buiten.

Frits bleef met de controleur achter bij het toestel. De minister ging met Wung en Harry het dorp binnen.

Na een kwartiertje kwamen ze terug, met de genoegelijk glimlachende Oom Harry in hun midden, veldwachter Barendse achter hen aan. Ze stapten in, aangegaapt door de nieuwsgierige dorpsjeugd. Een korte aanloop, — weg stoof het blauwe toestel.

Veldwachter Barendse keek in de lucht en schudde z’n hoofd.

„Mirakelse dingen toch,” zuchtte hij tegen den burgervader, „wat ze toch al niet uithalen met die rare vliegdingen tegenwoordig. Mens, mens — hallo daar, geen kattekwaad uithalen asjeblieft!”

De jeugd hoonde.

Wung 10