is toegevoegd aan je favorieten.

Guus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofd gegaan, en nu voelde hij opnieuw al de heerlijkheid van dat vooruitzicht. Naar moe!

In ’n draf rende hij naar huis.

Daar sprong hij van plezier naar de piano, en sloeg er ’n roffel op, die ’m zeker ’n uitbrander van z’n leraar bezorgd zou hebben, als ie ’t gehoord had. Hij luisterde nauwelijks naar Wim, die ’n ellenlang verhaal op touw zette, van ’n radio, die hij in elkaar geslagen had, en die Guus moest en zou bewonderen. Hij werd tegen wil en dank naar ’n omgekeerde stoel getrokken, waaraan met ’n touw ’n potdeksel was vastgesnoerd, dat zoveel als de luidspreker verbeelden moest. Achter de stellage gekropen bootste Wim de wonderlijkste geluiden na, die tegelijk omroeper en orkest voorstelden. De „tweeling” genoot van de opvoering, en eiste almaar meer nummers, ’t Sukses steeg Wim naar ’t hoofd, en steeds wilder werden de kreten, die tussen de stoelpoten opstegen.

„Ziezo, hier zijn we weer,” zei vader, en tilde kleine Wim tot aan ’t plafond, waar deze ongestoord z’n draadloze verrichtingen voortzette.

„En, Guus, reisvaardig ? ’k Heb zoeven vrij voor je gevraagd. ’t Was me ’n toer hoor.”

Guus lachte vader hartelijk uit, en stormde naar boven om z’n Frans af te krabbelen voor Vrijdag.

Die avond, toen ie vol blij verlangen de slaap bijna niet vatten kon, dwaalden z’n gedachten wèèr terug naar z’n „groten vriend”, ’n Tikje trots was ie toch wel, dat die bejaarde man, ’n schilder nog wel, hem in vertrouwen genomen had.

In de schemer zag ie die wonderlijke kleurige ruimte weer voor zich, en ’t heerlijk intiem zitje onder ’t gebrandschilderd raam.