is toegevoegd aan je favorieten.

Guus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitdrukking van de een naar de ander. Toen lichtte er ineens ’n gloed in haar ogen.

Vaders adem stokte. Als ’t haar ’ns te veel aangreep.

Prevelend kwam ’t weer over haar lippen, als in de eindeloze koortsnacht: „Mies, Guus, Wim

Haar hand hief ze omhoog, maar hulpeloos viel ze weer terug op ’t dek.

Niemand had gelet op kleine Wim, die ’t laatst van al zoetjes de kamer was binnengetrippeld aan de hand van de zuster, en die z’n grote verwonderde ogen onveranderlijk gevestigd hield op dat vreemde witte gezicht in de kussens. Zacht maakte hij z’n hand los uit die van de zuster, gleed onhoorbaar naar ’t bed, lei z’n warme knuistjes in de krachteloze hand, en fluisterde, strelend over de vochtige haren : „Mammie, hier is Wim.”

Onwillekeurig maakte vader ’n verschrikte beweging als om hem terug te roepen, maar bleef toen met ingehouden adem toezien.

Gedachteloos herhaalde de hese fluisterstem „Wim”, terwijl de wezenloze ogen neerzagen op ’t blonde kopje, dat zich tegen haar aanvlijde.

„Mammie,” zei Wim nog eens dringend. Zonder ’n zweem van verdriet, zonder ’n schaduw van tranen.

En ineens, er beefde ’n siddering van vreugde door vaders hart.

Ineens veranderde het koude staren van de glazige ogen. ’n Warme glans lichtte er in als ’n zonnestraal, en terwijl moeder met twee handen ’t blonde kopje omvatte, zei ze met haar gewone stem : „Wim.”

Toen drukte ze ’n vurige kus op zijn wangen, nog gloeiend van al de emoties van de reis, en brak in snikken uit.

„Niet schreien, mammie,” vleide Wim, „niet schreien.”