is toegevoegd aan je favorieten.

De radioclub

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog twee seconden... één... daar sloeg de torenklok in de buurt half acht... en op hetzelfde ogenblik werd er aan de bel gerukt, of ie uit de deurpost moest! Karei vloog de trap af en deed de deur open. Daar stond Dirk.

„Dag Karei,” zei Dirk zoetsappig glimlachend, „ben ik niet mooi op tijd?”

„Schitterend,” zei Karei, terwijl hij de deur sloot, „maar die andere vier sufferds komen natuurlijk weer te ...”

Op dat ogenblik werd er weer hevig aan de bel getrokken. Karei opende dadelijk de deur. Gerard stond op de stoep en stapte meteen binnen.

„Dag Karei,” zei ie, „ben ik niet mooi op tijd?”

„’t Is maar net aan,” antwoordde Karei. „Maar je bént tenminste nog op tijd. Die andere ezels...”

Weer had hij geen tijd, om uit te spreken. Voor de derde maal werd de bel haast uit de deurpost gerukt. Karei keek achterdochtig.

„Nou man,” zei ie, „’k weet niet, maarre...”

„Doe nou maar open!” viel Dirk hem haastig in de rede, een beetje érg haastig. Karei keek hem eens aan en opende opnieuw de deur.

Er stapte een jongeling binnen, in wien ze al gauw Bertus herkenden. Een ogenblik later begon hij te spreken en zei: „Dag Karei, ben ik niet mooi op tijd?”

„Buitengewoon! Geweldig!” zei Karei grinnikend, „maar roep nou Kees en Piet maar even.

Bertus keek verbouwereerd, zó verbouwereerd, dat Dirk en Gerard haast dubbel vielen van ’t lachen.

„Nou, schiet op,” zei Karei.

„Wa-wat?” stotterde Bertus onnozel, „wat roepen? Tc’Weet nergens van.”

Toen maakte Dirk er een eind aan, ging naar buiten, en kwam even later met de twee gezochte