is toegevoegd aan je favorieten.

De radioclub

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

personages terug, die ook al grinnikend binnenkwamen.

Karei keek onnozel en Bertus was helemaal van z’n stuk.

„Nou zeg,” zei hij, „wat is dat hier voor een spookgeschiedenis?”

Karei krabde zich met een hopeloos onbegrijpelijk gezicht achter z’n oren. Eindelijk legde Dirk het geval uit. Het was natuurlijk weer wat van hem geweest. Hij had de vier anderen, die zouden komen, opgewacht en met hen afgesproken, achter elkaar zo hard aan te bellen en allemaal te zeggen: „Dag Karei, ben ik niet mooi op tijd?” Maar Bertus had hij niet gezien, omdat die wat later was. Bertus was juist tussen Gerard en Piet in gekomen, had zonder erg ook zo hard gebeld en...

Enfin, verder ging het, zoals hierboven staat.

Nu ze er allemaal waren, gingen ze in ganzenmars de trap op naar Kareis kamer, die reuzefijn was ingericht, zoals ze zeiden. Natuurlijk wilden ze weer allemaal op de divan zitten, maar Karei zei: „Nee, kindertjes, komen jullie nu maar aan de tafel zitten, dan zal ik jullie dadelijk eens wat moois laten zien.”

Gedwee als lammetjes gehoorzaamden ze en keken nieuwsgierig naar Karei, die naar een hoek toestapte, waar een oud tafelkleed hing, bevestigd aan een koord, dat weer over een katrolletje aan ’t plafond liep.

„Wat is dat nou?” vroeg Bertus, „toch zeker weer geen spook?”

„Hou je mond en wees niet zo voorbarig, kereltje,” zei Karei met een bestraffend schoolmeestersgezicht, pakte toen het koord beet en sprak met