is toegevoegd aan je favorieten.

De radioclub

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zo begon het werk. Elke Woensdag en Zaterdag werkten ze met onvermoeide ijver. Ze schoten goed op, maar toch hadden ze de tijd wel nodig. Pas de laatste Woensdag voor Pinksteren werd de laatste hand aan de toestellen gelegd. Toen was alles dan ook piekfijn in orde!

Vrijdagsmiddags kwam Karei fluitend de school uit en wachtte buiten op de andere leden van de club. Weldra waren ze er.

„Nou lui,” zei Karei, „jullie weten het dus. Morgenochtend vertrek ik met de eerste trein naar m’n oom. Op de tweede Pinksterdag gaan jullie dus naar de duinen. Vertrek om half twee bij Gerard vandaan. Precies om half vier roep ik het eerst op. Allemaal gesnapt?”

„’t Is in orde,” zei Gerard. „Ik hoop maar, dat het lukt.”

„En ik!” antwoordde Karei. „Nou, bonjour, *k moet m’n koffer gaan pakken. Tot Maandag, zullen we maar zeggen!”

Ze lachten, maar ze hoopten toch vurig, dat het goed zou gaan.

Tweede Pinksterdag.

„Jullie vinden zeker wel goed, dat ik me voor deze keer tot leider benoem?” vroeg Gerard.

„Welja,” zei Kees, „dat is wel zo gemakkelijk.”

De anderen waren het met hem eens.

„Dan gaan we vertrekken,” zei Gerard.

Ze stapten op de fiets. Dirk had de zender achter op de bagagedrager, Gerard zelf de ontvanger. Op de terugweg zouden Bertus en Piet de toestellen vervoeren, Kees was vrijgesteld van „expeditiediensten.” Dat was zo bij loting vastgesteld. En op deze manier konden ze tegelijk proberen, of het vervoer gemakkelijk was. Het viel gelukkig erg

8*