is toegevoegd aan je favorieten.

De radioclub

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met z’n allen naar het afdak in de tuin, waaronder de fietsen netjes in een rek stonden. Karei bekeek ze één voor één. Ondertussen zei ie: „Jullie hebben je fiets toch wel helemaal nagekeken?”

„Ja!” riepen ze weer.

„Mooi!” zei Karei, „hebben jullie om reparatiemateriaal voor je banden gedacht?”

Bertus en Kees bleken zo handig geweest te zijn.

„Ik heb ook in m’n tas,” zei Karei, „dat is wel genoeg. In elk geval heeft elke groep wat bij zich. Heeft iemand van jullie misschien ook van die sleutels bij zich, je weet wel, om moeren mee aan te draaien?”

Die bleken ze allemaal te bezitten.

„Makkelijk genoeg, in je zadeltas,” zei Gerard.

„Zeker,” antwoordde Karei, „maar je zou het van je zadel afgedaan kunnen hebben.”

„O ja, daar dacht ik niet aan,” zei Gerard weer, terwijl ze de laatste fiets inspecteerden.

„In orde bevonden,” zei Karei, toen dit afgelopen was. „We kunnen met een gerust hart vertrekken.”

Ze gingen nu weer in huis en stonden onderaan de trap, gereed om naar Kareis kamer te gaan.

„Wacht eens,” zei Karei opeens. „Zouden we wel naar boven gaan? Wat moeten we daar nog doen?”

Ja, eigenlijk niets, moesten ze toegeven. Er was niets meer te doen, alles was gereed en in orde. Maandag kon de reis beginnen!

„Juist,” vervolgde Karei, „dat dacht ik ook. Ik stel dan maar voor, om de vergadering hier te

beemdigen. Wie is daar tegen? „Niemand!” klonk het weer in koor. „Dus tot Maandagmorgen zeven uur, riep Karei.

„Ja!”

„Dan sluit ik de vergadering!”

„Hoera!!”

alhier!”