is toegevoegd aan je favorieten.

De radioclub

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid en Bertus zei: „Ja, Dirrekie, geen bokkesprongen maken, hoor!”

„Loop naar de maan!” bromde Dirk woest.

Toen zwaaiden ze nog één keer, riepen: „Daaag!” en waren om de hoek verdwenen.

Al gauw zetten ze er nu een flink vaartje in. Karei en Kees, de twee „groepsleiders” reden voorop, achter hen volgden Gerard en Dirk, die een kwartier later alweer het lustigste lied floot, terwijl de achterhoede werd gevormd door Piet en Bertus.

Het was prachtig weer, hun verwachtingen daarvan waren niet beschaamd geworden. De lucht was blauw, zonder een enkel wolkje, en de zon scheen, zodat het er naar uitzag, dat het een warme dag zou worden. Nu hadden ze daar nog in ’t geheel geen last van, ze praatten opgewekt, terwijl Dirk het ene lied na het andere floot.

„Hoe ver is het eigenlijk precies, Karei?” vroeg Gerard.

»>Ongeveer een kilometer of vijftig, vijf-en-vijftig misschien,” antwoordde deze, „zo heel precies weet ik het ook niet.”

„In ieder geval halen we dat op ons gemakje,” zei Gerard weer.

Karei knikte.

„Welja,” zei hij.

Ondertussen keek Kees eens schuin achter zich naar de fluitende Dirk en zei eindelijk: „Zeg, droge, ben je van plan nog lang zulke valse tonen uit te stoten?”

„Als je d’r zo’n plezier in hebt, graag,” bood Dirk gul aan.

„’k Hou me aanbevolen,” antwoordde Kees.

Gerard was voldoende ingelicht door Karei, zodat ze weer in de oude „formatie” gingen rijden, dat wil zeggen, Gerard naast Dirk.