is toegevoegd aan je favorieten.

De radioclub

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je bent ook zo haastig,” zei Bertus nu. „Maar ’t is niet erg hoor, je hoeft het alleen maar af te drogen, ’t is schoon water.”

„Ik zal blij wezen, als ik vanavond in bed lig,” was het enige, wat Dirk hierop zei, nogal onlogisch.

„Zo, zo, wou je weer terug naar huis?” vroeg Kees. „Heb je soms heimwee?”

Dirk verwaardigde zich niet, te antwoorden en keek vol ijver naar Karei, die al een lap op de band gelegd had. Hij wachtte even tot het droog was en weldra was de band nu weer om het wiel gelegd.

„We zullen meteen maar verder gaan,” zei Karei, na een blik op z’n horloge geworpen te hebben. „Het is al drie uur.”

„Ja,” zei Bertus, zogenaamd verontwaardigd, „met al dat gezanik van Dirk vliegt de tijd om.”

Dirk begon voor afwisseling maar eens te zingen en al gauw brulden de anderen mee, zo hard ze konden.

„Hou maar op,” zei Dirk. „Als jullie beginnen is al het mooie er af.”

Met veel uithalen jengelden ze het lied ten einde.

„Daar is de grens,” zei Dirk opeens.

Ze keken. Het was waar; nog een paar honderd meter en ze zouden in België zijn. Die afstand was spoedig afgelegd en binnen enkele minuten was de grens bereikt.

„Spannend hè,” zei Gerard.

Veel spanning zat er echter niet in, want in enkele ogenblikken waren ze er al meters voorbij.

„Jullie hebben toch geen smokkelwaar bij je?” vroeg Karei.

Het antwoord was eenstemmig: „Welnee!”

„Want dadelijk komen we natuurlijk bij de douane,” vervolgde Karei, „ik wou je maar even waarschuwen.”