is toegevoegd aan je favorieten.

De radioclub

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Z’n toon werd dreigender en onwillekeurig doken ze in elkaar.

„Welke documenten?” sprak Dirk ten slotte haperend.

„Ha ha!” lachte de kerel schor. „Probeer mij nou maar niet te nemen. Waar zijn ze, spreek op!”

„Ik weet van geen documenten af,” zei Karei.

„Och, maak dat je tante wijs,” smaalde de kerel. „Dat heb ik zo-even wel gehoord. Trouwens, ik zou anders wel eens willen weten, of jullie soms voor je plezier hier bent gekomen.”

Ze begrepen, dat verder ontkennen nutteloos was en — zwegen!

Een tijdlang keek de kerel hen strak aan.

„Spreek op!” schreeuwde hij toen.

De jongens bleven zwijgen en hij kwam een stap dichterbij. Hij leek wel een reus, en ze huiverden, toen ze de gemene uitdrukking op z’n gezicht zagen.

„Spreek!” schreeuwde hij weer, nog woester.

Geen antwoord.

„Spreek!” brulde hij plotseling met een ontzaglijke stem. „Spreek op, zeg ik je!”

Nóg zeiden ze niets.

„Wacht maar,” sprak de kerel ten slotte. Hij ging naar de deur en riep: „Jean!”

Een ogenblik later verscheen de man in de vliegersuitrusting in de deuropening.

De twee mannen praatten zacht met elkaar.

Karei en Dirk keken in angstige spanning toe. Wat stonden ze daar te bespreken?

De vlieger verdween weer en de reus kwam op hen toe.

„Ik zal jullie wel leren,” sprak hij. „Waar zijn de documenten? Ik geef jullie drie tellen tijd om te spreken!”

Even wankelde Dirk. Was het eigenlijk geen on-