is toegevoegd aan je favorieten.

De radioclub

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zin om je aan zo’n mensdier of diermens, hoe je *t noemen wou, te wagen voor rommel, die je eigenlijk niets aanging...? Niets aanging? Niets aanging? Was dat wel waar? Nee, er stond immers een oorlog op het spel! Een oorlog? Om zo’n vodje, een enveloppe met wat documenten? Die moesten dan toch wel buitengewoon belangrijk zijn!

Hij keek naar Karei. Onbewogen staarde die naar de vloer. Ogenblikkelijk had Dirk z’n conclusie getrokken: „Zwijgen!”

„Eén... twee... drie!”

Loodzwaar hing de stilte in het vertrek.

„Ben jij van plan, wat te zeggen?” richtte de kerel zich eensklaps tot Dirk.

„Nooit,” antwoordde deze kalm.

„En jij,” schreeuwde hij nu tot Karei.

Karei keek niet op of om, maar bleef in een achteloze houding zitten, alsof de zaak hem niet aanging.

„Dus jullie zwijgen?” brulde hij nu met een overslaande stem, „jullie zwijgen?! Dan zal ik jullie wel leren praten!”

Met een sprong, zwaar op de vloer bonkend, stond hij vlak voor hen. Z’n ogen schoten vuur, hij trilde van woede en greep met z’n geweldige vuisten de jongens beet...

„Loop vlak achter me aan,” fluisterde Gerard, „en maak zo weinig mogelijk geluid. Als we iemand tegenkomen, sla je d’r maar op los. We kunnen verder geen consideratie meer gebruiken, we moeten zorgen, dat er geen alarm gemaakt kan worden!”

Ze spraken geen woord, maar klemden hun handen vaster om de knuppel, die ze gereed hielden, om toe te slaan... Het zwakke licht uit de zaklantaarn, waarmee Gerard voorop ging, wierp spookachtige schaduwen op de muren aan weerskanten.