is toegevoegd aan je favorieten.

De radioclub

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koud woei de tocht hun in ’t gezicht.

„Ik ben benieuwd, of we zo wel in het huis kunnen komen,” zei Gerard weer.

Op hetzelfde ogenblik ontdekte hij een deur, een meter boven de grond. Gerard opende hem, ze klommen over de drempel en... bevonden zich in het kleine vertrek, waar Karei en Dirk de documenten gevonden hadden!

Ze liepen er door en bereikten de deur in de tegenoverliggende wand.

„Aan weerskanten gaan staan,” fluisterde Gerard.

Ze volgden z’n bevel op. Gerard wierp de deur open. Ze zagen slechts inktzwarte duisternis.

„Verder!”

Ze staken het vertrek over en bereikten opnieuw een deur.

„Zelfde manier als zo-even!”

Weer wierp Gerard de deur open, terwijl ze aan beide kanten in het vertrek verscholen bleven.

Vóór hen lag nu echter de vestibule, zoals ze zagen, toen Gerard één ogenblik licht maakte. Gerard had echter tegelijk gezien, wat hij weten wilde, namelijk dat er een trap was.

„Die kamer, waarin Karei en Dirk liggen, kon ik zien van de vliering,” zei hij. „Dus die ligt niet gelijkvloers. Laten we die trap maar eens opgaan!”

Langzaam en voorzichtig gingen ze de trap op. Viermaal achter elkaar kraakte er zachtjes één tree...

Ze bevonden zich aan het begin van een gang en stonden stokstijf stil, zodat niemand hen zou kunnen horen. Hun zenuwen waren tot het uiterste gespannen. Zouden ze er in slagen, hun vrienden te bevrijden?

Ze gingen een klein eindje verder, waar een deur was. Gerard trachtte door het sleutelgat te kijken.

„Niets te zien,” zei hij. „’t Is stikdonker daar!”