is toegevoegd aan je favorieten.

Orpa, het eiland in den Niger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET EILAND IN DE BRANDING

van een vreedzamen kluizenaar dan van een krijgszuchtigen boschbewoner. Hij was gekleed in een langen bruinen mantel, veel gelijkend op een pij van een monnik en blijkbaar zijn eenige kleeding. Zijn schedel was bijna geheel kaal en zijn oud, eerwaardig gelaat was omlijst door een dichten, grijzen baard, die in lange golven tot op zijn borst hing.

Ik was zoo verbaasd door deze onverwachte verschijning in deze omgeving, dat ik niet wist, wat te doen, en hem zwijgend aanzag. Ik zag wel, dat hij mij iets toeriep, doch zijn woorden gingen verloren in het geraas van het water achter hem. Intusschen waren Lipton en Aroena ook naar beneden gekomen. Eerst nu zag de oude, dat ik niet alleen was. Langzaam kwam hij op ons toe en gaf ons zwijgend de hand. Toen vroeg hij, zich tot Aroena wendend, wie wij waren en wat ons hierheen voerde. Aroena vertelde het hem vluchtig en voegde er aan toe, dat wij op zoek waren naar een onderkomen voor den nacht en of hij ons dit kon bezorgen. De oude knikte en gaf ons een wenk, hem te volgen. Het bleek, dat wij met den Sjamane van Koeranko te doen hadden, die zich hier in de eenzaamheid had teruggetrokken, nadat hij zijn taak van hoogepriester aan een jongeren man had moeten overdragen. Zoo althans luidde de korte verklaring van zijn aanwezigheid, terwijl hij met ons het eiland verliet en aan land ging.

Een kwartier later zaten wij in zijn primitieve woning, die op een schier ontoegankelijke rots was gebouwd, vanwaar men het uitzicht had over een vlakte, aan het andere einde waarvan men de vage omtrekken van een stad kon zien. Dat was Koeranko, de tweede stad van Limbië, en de zetel van den hoogepriester van den dondergod Osjango. Eens was de oude Sjamane daar de machtigste man geweest en had hij het oude, heidensche geloof met kracht tegen het oprukkende Christendom verdedigd, zooals zijn voorgangers het hadden gedaan tegen de pries-