is toegevoegd aan je favorieten.

Orpa, het eiland in den Niger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE OVERVAL

Een kano met zwaar gewapende Kossi’s daagde op. Toen hoorden wij de stem van den Sjamane zeggen: „Het is tijd. Kom!”

Hij wenkte ons en wij volgden hem aarzelend, niet begrijpend, waar hij ons heen zou voeren. Hij was naar het midden van het eiland geloopen en bukte zich. Een groote, dicht met mos begroeide steen werd als door een onzichtbare hand opgelicht. De bodem opende zich als het ware vlak voor onze voeten. Wij stonden voor een donkere schacht. Ik keek naar beneden en schatte den koker op minstens twintig meter diep. Over de heele lengte liep aan de eene zijde een trap, ruw uitgehouwen in den rotsbodem.

Met een gemengd gevoel van vrees en wantrouwen bleven wij voor de donker gapende opening van de schacht staan. Zij herinnerde mij aan de tunnel in het „Huis van den Genius” te Kakoja en aan de ervaringen, die wij daar hadden opgedaan. Het was dan ook begrijpelijk, dat wij slechts aarzelend gehoor gaven aan den wenk van den Sjamane om in de schacht af te dalen. Er bleef ons echter weinig keus. Elk oogenblik konden onze achtervolgers landen en dan was het te laat.

Nog even zag ik om me heen, toen vatte ik moed en daalde naar beneden, gevolgd door Sir Henry en den Sjamane. Toen ik even later opkeek, zag ik, niet zonder een gevoel van afgrijzen, dat de groote steen zich weer boven ons gesloten had.

HOOFDSTUK VIII DE GROT ONDER DEN NIGER

Er zijn in het leven van die oogenblikken, waarop men denkt, voor goed van de wereld afscheid te moeten nemen. In gedachten zegt men dan alles vaarwel en laat zich weerstandsloos meedrijven op den

12*