is toegevoegd aan je favorieten.

Jongens van de evenaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JONGENS VAN DE EVENAAR.

aan het hoofd, konden harder lopen dan de vrouwen en meisjes en waren dan ook het eerst in de bossen van Ikala verdwenen. Sommige moeders waren zo geschrokken, dat ze hun kleine kinderen totaal vergaten en deze holden nu luid schreiend achter de vluchtende vrouwen aan.

Maar wie al evenzeer geschrokken was, dat was Teddy zelf. Hij begreep er niets van en keek verwonderd de weghollende Boeloes na. Toen zag hij zijn vriend vragend aan. Deze rolde, net als koning Abba de eerste maal, van pret over het gras. En toen hij uitgelachen was, gaf hij een verklaring van het geval. De Boeloes wisten natuurlijk nog niet, wat een orgel was. Ze zagen het ding voor een toverdoos aan, een fetiche vol sprekende en zingende geesten. Vandaar hun angst bij het horen van het geluid.

Gelukkig duurde die niet lang, al zat de schrik hun nog in de benen. Rustig, zonder zich te storen aan wat er om hem heen gebeurde, begon Teddy te spelen. Het was een oud liedje, het liedje van My Old Kentucky Home, dat de negers in Amerika altijd zo graag zingen. Het klonk wel wat vreemd, daarboven op die heuvel bij Ikala, maar het was toch mooi, zo mooi, dat de Boeloes als betoverd bleven luisteren. Langzaam en schoorvoetend kwamen ze uit hun schuilplaatsen te voorschijn, met verbaasde gezichten en grote ogen. De mannen hadden het eerst hun vrees