is toegevoegd aan je favorieten.

Jongens van de evenaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NAAR HET LAND VAN ABBA ZOELOE.

overwonnen. De een keek den ander aan, begon dan te lachen en zei, dat hij helemaal niet bang was geweest. Koning Abba vooral hield zich groot. Hij durfde zelfs dicht bij de heuvel komen, klom naar boven en bekeek het toverorgel van alle kanten. Teddy wenkte hem en liet hem zien, hoe het in zijn werk ging. Maar het opperhoofd begreep er niets van. Hij dacht, dat er een man in het orgel zat. Voorzichtig kwam hij met zijn hand bij een toets, drukte er op en sprong toen verschrikt achteruit.

Ondertussen waren allen over de eerste vrees heen geraakt en het duurde niet lang, of de menigte verdrong zich weer aan de voet van de heuvel, luid lachend en pratend, zodat de muziek er door overstemd werd. Het werd een reuzensucces. Teddy was de held van de dag. Hij liet bekend maken, dat hij gekomen was om de jongens van Ikala lezen en schrijven te leren en dat ze ook op zijn orgel mochten leren spelen. Wie dus lust had om mee te gaan naar Baraka, moest het maar zeggen. En in koor klonk het:

„Ik, masta, ik!”

„Jongens," riep Jan nu, „niet allemaal tegelijk! Ga eens op een rijtje staan, dan zal de meester er twintig uitzoeken. De anderen komen later aan de beurt.”

Het werd een geduw en gedrang van je welste en eer de rij gevormd was, duurde het nog een hele tijd. Nog langer duurde het, voor de twintig

2*