is toegevoegd aan je favorieten.

Jongens van de evenaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JONGENS VAN DE EVENAAR.

gens zelf wilden dolgraag mee, dat was een goed voorteken.

„Ik dank je wel, Ndong Koni," zei Jan, toen de koning uitgesproken was, „maar we hebben nog een verzoek. Mijn vriend Teddy is zijn boy kwijt. Die is spoorloos verdwenen. We maken ons erg ongerust over dien bengel. Zou je hem eens kunnen laten opsporen?"

„Ik zal mijn best doen,” beloofde Ndong Koni en trad naar buiten. Daar wisselde hij een paar woorden met een van zijn ilari’s — boodschappers — en even later hoorden de vrienden tromgeroffel, dat spoedig beantwoord werd door getrommel uit een naburig dorp. Door middel van zulke signalen brengen de bosbewoners in Afrika snel berichten over, even snel als wij dit met de radio doen. En daar kwam zowaar reeds na een kwartier bericht, dat Lolo bij zijn ouders in Angom was. Zijn vader had vernomen, dat zijn zoon met de blanke mannen naar Efoela was getrokken. Toen was hij ook naar Efoela gegaan en had daar zoonlief spoedig ontdekt. Angom was een klein dorp aan de andere oever van de Como, halverwege Ikala, zo verklaarde Ndong Koni. Zij konden er dus op de terugreis even stoppen en eens gaan praten.

Teddy slaakte een zucht van verlichting. De hemel zij dank, er was dus geen ongeluk gebeurd. Wel besefte hij, dat zij in Angom nog niet klaar waren, maar nu hij wist, dat de jongen