is toegevoegd aan je favorieten.

Jongens van de evenaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MACHT VAN HET KLEINE.

het opeens te leven. Het kreeg vleugels, hele dunne, doorzichtige vleugels, veel gelijkend op gekleurd glas, en vloog door de ruimte als een schepsel, dat alleen maar uit lengte bestaat en geen breedte heeft. Dit allegaartje van donkere lijnen over glaspapier verdween plotseling en liet Teddy achter met het gevoel, of hij den boze in eigen gedaante had gezien. Het was een insect, dat in de wandeling de lopende of vliegende tak wordt genoemd. Je schrikt er onwillekeurig van, maar het doet je geen kwaad.

Meer respect boezemen de drijvers in, de grote, zwarte mieren, waarmee we reeds kennis maakten. Het is een heel nuttig volkje, maar ze kunnen toch veel last veroorzaken. Doordat zij steeds in ontelbare massa’s optreden, gaan de grootste dieren voor hen op de vlucht, zelfs de python. Meestal marcheren zij in ontzaglijke legers op plaatsen, waar men ze vaak niet verwacht, Op het eerste gezicht lijken zij op een zwart-glinsterende, snelvlietende stroom van zes tot tien centimeter breed. Bij nadere beschouwing zie je echter, dat het drijvers zijn, die in een eindeloze rij ergens uit het bos komen, dwars over de weg marcheren en aan de andere kant weer verdwijnen. In het begin, als je met hun eigenaardigheden nog niet zo bekend bent, maar toch over dit venijnige volkje hebt gehoord, sla je onwillekeurig op de vlucht onder het geroep van „brand!” Maar nodig is dit niet, want je