is toegevoegd aan je favorieten.

De woestijnpiloten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WOESTIJNP1LOTEN

uit het Zuiden een scherpe, droge wind begon op te steken, zweeg hij soms uren lang. De hitte en dorst werd schier ondragelijk. De wind joeg het fijne zand af en toe in stofwolken op. Zandroos begon hen te plagen. Neus, oren en keel zaten weldra vol stof. En nog altijd was het einde niet te zien.

Long Joe bleef echter optimistisch. Hij vond, dat er aan zo’n tochtje door de woestijn ook wel voordelen waren. Je deed een rijke ervaring op. En die kreeg je nooit, als je er steeds maar overheen vloog.

Lex zwoegde hoestend en proestend naast hem voort en luisterde glimlachend naar de grappen van Long Joe, die — zo-als hij zeide — in Omdoerman een bekenden leeuwenjager had ontmoet, waarvan de volgende historie in omloop was.

Gladwin, zo-als de man heette, had eens met een paar vrienden een tijd lang zitten kaarten, toen hij plotseling opstond, zijn geweer greep en zei: „ik ga een leeuwtje verschalken.” „Goed!” riepen de anderen lachend, „breng hem hier!” Een uur verstreek en de beide mannen zaten nog te kaarten, toen Gladwin binnenstormde met de uitroep: „Hier komt hij!” Achter hem dook een kop op met geweldige manen, waarvan de viervoetige eigenaar met een vaart naar binnen sprong. Gladwin was door een raam aan de achterkant van het huis ontkomen en riep zijn vrienden toe: „Houdt hem even vast, dan ga ik zijn vrouw halen!”

Lex moest ondanks dorst, jeuk en andere geschenken van de Sahara hartelijk om het verhaal lachen. Hij bewonderde het onverstoorbare humeur van zijn metgezel, die onvermoeid voortsjokte en wiens voorraad verhalen nooit uitgeput scheen.

Opeens bleef Lex staan met een uitroep van verwondering. Opgewonden wees hij naar de horizon. Daar vertoonde zich het verrukkelijke beeld van een