is toegevoegd aan je favorieten.

De snoek van Ventje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SNOEK VAN VENTJE

„Dat is zoo, merkte hij langzaam op. „Het is ook geen gewone snoek." En hij liet er op volgen: „Als je misschien eens een liefhebber weet?"

„Als ik er wat aan verdienen kan...?" opperde de timmerman gewiekst.

„Dat spreekt van zelf," lachte Ventje. „Maar ik heb één voorwaarde. Wanneer iemand Adolf, zoo heet mijn snoek, koopt, moet ik zijn belofte hebben, dat de visch niet wordt opgepeuzeld."

„Dus meer voor een groot aquarium?"

„Zeg maar liever voor een vijver,” lachte Luuk. „Of 't zou een aquarium van een paar duizend liter water moeten zijn.”

„Precies," knikte Ventje. „Dat bad is eigenlijk al te klein voor Adolf. Als ik hem wegdoe moet ik de zekerheid hebben, dat hij er beter van zal worden, wat de ruimte aangaat.”

„Nou, ik zal er eens met deze en gene over praten," beloofde de timmerman. „Als ik iemand weet, zal ik hem wel hierheen zenden. Vind u dat goed?"

„Best!" zei Ventje.

De timmerman vertrok even later met het laddertje en Ventje en Luuk begaven zich naar de huiskamer, waar mevrouw reeds met de thee wachtte.

„Ik heb er nog eens over nagedacht, Ventje," sprak ze, toen ze gezellig zaten. „Maar je zou me toch een geweldig genoegen doen, dat afschuwelijke beest te laten zwemmen. We hebben zoo lang we getrouwd zijn nimmer verschil van meening gehad en door dien snoek is er nu telkens geharrewar."

Ventje hief de rechterhand op.

„Ik zal je eens iets vertellen,” antwoordde hij op-