is toegevoegd aan je favorieten.

De snoek van Ventje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SNOEK VAN VENTJE

„Tjonge... dat is niet goedkoop, meneer!" vond Jaap.

Ventje glimlachte.

„Als j ij mijn bad voor een tientje mag koopen van Bot, krijg j ij tien procent. Nou... hoe vind je dat?"

Nu lachte Jaap.

„Dat is niet slecht, meneer; ik moet morgen toch naar het Huis van Bewaring, om Bot iets te vragen en ik zal er dan aan denken."

„Is er al een liefhebber voor Adolf geweest?" vroeg Ventje zoo langs zijn neus weg.

Even aarzelde Jaap, dan schudde hij het hoofd.

Geen kip," antwoordde hij. „En als u het mij vraagt... komt er ook niemand ..."

Er zijn lieden die onverbeterlijk zijn, maar dat iemand als Bot, die zich nota bene in hechtenis bevond, nieuwe plannen maakte om zich op gemakkelijke wijze te verrijken, wel, dat was het toppunt van brutaliteit.

Het was den zaakwaarnemer een voortdurende ergernis, te weten, op welke wijze Ventje hem had beetgenomen en het sprak dan ook van zelf, dat Bot wraakplannen smeedde. Toen Jaap Kleyn den volgenden dag dan ook een oogenblik bij hem werd toegelaten, verwonderde 't den timmermansknecht geenszins, dat de geachte heer Bot in de stilte van zijn tijdelijk verblijfplaats verschillende plannetjes had uitgebroed. Het tweetal kon uit den aard der zaak slechts weinig woorden wisselen, maar een goed verstaander heeft een half woord noodig en wat Jaap betrof, die kon 't soms met een kwart woord doen...