is toegevoegd aan je favorieten.

De snoek van Ventje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SNOEK VAN VENTJE

iroelig in den arm kneep ... Had hij goed gehoord? Stond daar aan de andere zijde van de deur Paul de Vos tot Wezenwijcke? De bekende dierenliefhebber en eigenaar van minstens een dozijn aquaria met tropische visschen... Lieve deugd, dat was toevallig, dat hij juist nu deze woorden moest opvangen! Vijf-en-zeventig gulden had Jaap gezegd ... Belachelijk! Vijf-en-zeventig gulden voor een snoek, die geen rijksdaalder waarde had. Vijf-en-zeventig gulden voor een snoek, die ...

„Zestig gulden en geen cent meer!" sprak een rustige en beschaafde stem. „Dat is een mooi bod, waarde heer. Nu, wat doen we?"

„I k laat geen cent vallen!" riep Jaap boos.

„Dan heb ik de eer u te groeten!” hernam de heer de Vos tot Wezenwijcke nuchter. „Maar als u van gedachten mocht veranderen, meneer Kleyn, dan weet u mij te vinden, nietwaar? Landgoed „De Beuken" aan de Laan van Vogelenzang. Tot kijk!"

„Ajuus!" groette Jaap grof.

Voetstappen klonken op. Ventje deinsde achteruit en toen de deur open ging en de heer de Vos enzoovoort in de opening verscheen, trok het heertje het onschuldigste gezicht van de wereld. Maar inwendig had hij de grootste pret. Haha... wat een ezel was die Jaap geweest. Zestig gulden voor Adolf en dat had hij geweigerd. Haha ...

Terwijl de heer de Vos tot Wezenwijcke zich haastig de smalle straat uit spoedde, begaf Ventje zich naar de werkplaats. Daar stond Jaap naast de teil. Zijn gezicht was donkerrood van kwaadheid en nog vóór Ventje een woord had kunnen zeggen, schudde de man al het hoofd.